Handige tips voor (smartphone)fotografie

De smartphones die nu te koop zijn, beschikken over uitstekende camera’s met heel veel mogelijkheden. Hierbij geven wij een aantal handige tips, die je vast zullen helpen bij het maken van betere foto’s.

De tips worden aangeleverd door VersPers.nl (training en publicatie platform voor journalisten en fotografen).


1. Vieze lens

Vaak zien wij bij foto’s gemaakt met de smartphone dat er storende vlekken op de foto’s zitten. Dat komt doordat de lens niet helemaal schoon is. Bij een smartphone heb je het vaak helemaal niet in de gaten als je tijdens het bellen je vinger bovenop de lens houdt. En er zit vaak veel stof in de broekzak waar de telefoon vaak in beland. Het lensje van de camera wordt dus snel vies. Het stof en viezigheid kan zorgen voor rare lichteffecten in de foto’s. Check dus regelmatig even de lens. Vaak is het al genoeg als je even met een stukje stof van een T-shirt of trui de lens schoonpoetst.

2. Houd je telefoon stil

Als de tijd er is om een foto te maken, neem de tijd dan ook. Ga niet al lopend of hardlopend een foto maken, tenzij de situatie dat vereist.

Een aantal tips voor het stil houden van je telefoon:

Hoe stiller de telefoon in je hand ligt, des te scherper zullen de foto’s worden. Bij slecht licht blijft het lastig fotograferen, maar probeer in dat geval het toestel met 2 handen vast te houden. Voor een goede stabiliteit houd je het toestel dicht tegen het lichaam en druk je de ellenbogen in een hoek van 45 graden tegen je lichaam. Bij slecht licht kun je ook gebruik maken van een klein statief of proberen het toestel ergens op te zetten.

Wacht ook nog één a twee seconden na het maken van de foto’s met bewegen; het zou kunnen dat de camera nog bezig is met het nemen van de foto. Verschijnt de foto in beeld, dan weet je zeker dat het maken van de foto compleet voltooid is.

Een extra tip voor de iPhone; de foto wordt pas gemaakt zodra je jouw vinger van de ontspanknop afhaalt. Dit kun je handig gebruiken door niet je vinger op te tillen zodra je een foto wilt maken, maar hem van de knop op je scherm af te laten glijden. Hierdoor kun je veel beweging van je camera simpelweg voorkomen.

Bij de iPhone kun je ook de harder- en zachterknop gebruiken om een foto, of een serie foto’s achter elkaar, te maken.

3. Stand van de camera

Veel smartphonegebruikers hebben één stand voor het vasthouden van hun telefoon. Borsthoogte en recht vooruit. Probeer ook eens om de camera vanaf een lager standpunt te gebruiken.

Plaats de camera bijvoorbeeld op de grond en je zult zien dat je bijzondere foto’s krijgt. Of ga eens met je rug op de grond liggen en fotografeer omhoog. In een bos of in een grote stad met hoge gebouwen kan dat en heel leuk effect geven.

Houd je camera ook goed recht. Kijk goed of de horizon waterpas in beeld komt.

4. Lichtomstandigheden

De beste foto’s met je smartphone kun je maken bij voldoende licht; bijvoorbeeld overdag in de zomer. ‘s Avonds (en zelfs overdag in de winter) zal je het met een stuk minder licht moeten stellen en krijg je al gauw ruis in de foto’s. De flitser op je camera zal hier helaas ook geen fatsoenlijke oplossing voor kunnen bieden.

Let er op dat licht op verschillende tijdstippen van de dag erg kan verschillen. ‘s

Ochtends vroeg als de zon net op is en ‘s avonds laat vlak voordat de zon onder gaat, heb je doorgaans het mooiste licht. Voor landschapsfoto’s kan je het beste ‘s morgens vroeg op pad gaan als de zon net opkomt. Het is dan nog lekker rustig en je hebt alle tijd om de juiste foto te maken. Voor zonsondergangen kan je het beste een half uur te vroeg op de locatie zijn, zodat je net niet dat mooie moment mist.

Je kan specifiek op zoek gaan naar tegenlicht door bijvoorbeeld silhouetten te fotograferen. In het zwart/wit met veel contrast kan dit mooie resultaten geven.

Als één bepaald punt in beeld het belangrijkst is, bijvoorbeeld iemands ogen, dan kan je op je smartphone die plek aanwijzen. Als je klikt op het punt waarop je qua licht wilt gaan focussen, klik dan op je scherm op dat gebied. Je ziet een vierkantje met een zonnetje. Beweeg je vinger over het scherm omhoog of omlaag om de helderheid aan te passen. Als je je vinger 2 seconden op hetzelfde punt houdt, berekent je smartphone het ideale licht voor die plek en creëert een ‘AE/AF-vergrendeling’. De lichtinstellingen worden nu bewaard tot je de foto maakt.

 

5. Flitser gebruiken (bij tegenlicht)

Het gebruik van de flitser raden wij meestal af, over het algemeen worden de kleuren minder door het felle licht. Gebruik de flitser als het voorwerp voor een lichtbron staat (bijvoorbeeld raam, lamp of met de rug naar de zon).
Let wel op vervelende reflecties bij ramen en spiegels.

6. Speel met macrofotografie (dichtbij)

Dichtbij fotograferenDe smartphone is vaak erg goed voor het maken van macrofoto’s (foto’s van heel dicht bij het voorwerp). Dat heeft te maken met de compacte sensor; scherpstellen is dan vaak geen enkel probleem. De achtergrond kun je dan gemakkelijk onscherp krijgen waardoor het onderwerp er gelijk uitspringt.

Er zijn inmiddels smartphones met een dubbele camera. Met de tweede camera kan je vaak het voorwerp dichterbij halen. Gebruik deze camera als je dicht op een voorwerp wilt komen.

7. Negeer de digitale zoomfunctie

Veel telefoons hebben de mogelijkheid om in te zoomen. In de meeste gevallen gaat het hierbij om digitaal inzoomen in plaats van optisch inzoomen. Digitaal inzoomen is in feite niks anders dan een uitsnede maken van het totale beeld en die uitsnede opblazen. Dat komt de beeldkwaliteit zeker niet ten goede.

Negeer daarom de zoomoptie van je camera en werk zoveel mogelijk met de normale stand. Wil je een onderwerp dichterbij in beeld hebben, loop dan gewoon een paar stappen dichterbij. In de meeste gevallen een uitstekende optie waar de beeldkwaliteit alleen maar van zal verbeteren.

Er zijn inmiddels smartphones met een dubbele camera. Met de tweede camera kan je vaak het voorwerp dichterbij halen.